Frankrijk en Nederland en het begin van de Europese Integratie: het Schumanplan

macron président frexit

Van een Frexit is het gelukkig niet gekomen. Nederland, Frankrijk en de rest van de Europese lidstaten konden zondagavond 7 juni opgelucht ademhalen toen bleek dat Emmanuel Macron als nieuwe President van Frankrijk was gekozen. Na de Brexit had een Frexit wel eens het einde van de Europese Unie kunnen betekenen. Voor de meeste lidstaten is dit geen gunstig scenario. Het had onder andere de vrijhandel met Frankrijk in gevaar kunnen brengen. Een groot probleem voor Nederland, maar zeker ook niet gunstig voor Frankrijk. Nederland heeft zowel op politiek, economisch als cultureel gebied, goede betrekkingen met Frankrijk. We kunnen gerust stellen dat deze betrekkingen er zonder de EU heel anders hadden uitgezien.

De toekomst van Europa is een belangrijk onderdeel van zo’n beetje alle verkiezingen dit jaar. In het kader van mijn minor Internationale Betrekkingen leek het mij interessant om vanuit een Frans-Nederlandse invalshoek terug te blikken op waar het allemaal begon: de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS) in 1951. Deze oprichting betekende eigenlijk de start van het Europese integratieproces. Voor het laatste vak van mijn minor heb ik hier het een en ander over moeten lezen. Om precies te zijn, gaat het om een hoofdstuk van Mathieu Segers over Nederland en de Europese integratie. Tijdens het lezen van dit hoofdstuk komt natuurlijk de Nederlandse rol veel aan bod. Wat buiten kijf staat, is dat Frankrijk de basis voor dit proces, dat nog altijd in werking is, heeft gelegd. De toenmalig Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman, lanceerde al in 1950 het ‘’Schumanplan’’. Na veel onderhandelingen is hier uiteindelijk het EGKS uitgekomen. Frankrijk, Duitsland (BRD), Italië en de Benelux-landen sloegen op 18 april 1951 de handen ineen, allemaal om verschillende redenen.

In de huidige EU speelt vrijhandel en samenwerking een grote rol. Handel was echter niet de enige reden achter het plan geweest en er werd samengewerkt om andere redenen dan nu. Frankrijk wilde door middel van supranationale samenwerking de voormalige Duitse oorlogsindustrie onder Europese controle brengen. De Bondsrepubliek Duitsland werd vervolgens via deze weg op een duurzame wijze aan West-Europa gebonden. Jean Monnet was de inspiratiebron achter deze plannen. Waar in de huidige EU vooral wordt samengewerkt om buitenlandse dreiging het hoofd te bieden, wilde de Franse ambtenaar Monnet via de EGKS vooral de collectieve veiligheid binnen Europa bewaken. Er zaten dus vooral politieke belangen achter de oprichting van de EGKS.

Het Schumanplan betekende voor Frankrijk en haar buitenlandse politiek zelf ook een radicale koerswijziging.  Duitsland werd niet langer als vijand benaderd, maar als partner. Als initiatiefnemer kon Frankrijk op deze manier Duitsland controleren en tegelijkertijd met het land samenwerken.  Het was dan ook geen toeval dat de eerste samenwerking tussen de twee grootmachten op het terrein van de kolen- en staalindustrie plaatsvond. Dit was namelijk het motorblok van Hitler-Duitsland geweest. Voor Frankrijk betekende het begin van de Europese integratie dus vooral het einde van Europese spanningen en dan met name het ‘Duitse probleem’.
In Nederland zagen ze het Schumanplan niet aankomen, vandaar dat er ook werd gesproken over la bombe Schuman. Voor een kleine mogendheid als Nederland stonden er andere belangen op het spel dan voor Frankrijk. Nederland was het bijvoorbeeld niet eens met de supranationale samenwerking die Frankrijk voorstelde. De nationale autonomie zou hierdoor in gevaar komen. Nederland heeft vervolgens het Stikker-plan gelanceerd waarin een intergouvernementeel beleid de boventoon moest voeren. Dit plan heeft het uiteindelijk niet gehaald, waardoor de supranationale benadering van het Schuman-plan weer de toon zette. Uiteindelijk hebben zowel Nederland als Frankrijk beide gedeeltelijk hun zin gekregen. Het supranationale gedeelte bleef van kracht, maar dan wel met een besluitvormend tegenwicht in de vorm van een Raad van Ministers zoals we die vandaag de dag nog steeds kennen.

Dit is slechts een korte samenvatting van waar het allemaal begon. Het vervolg laat zien dat de Europese integratie een complex proces is dat nog altijd in werking is. Dit maakt het natuurlijk super interessant. Ik weet nu het een en ander over de Nederlandse rol in dit proces, maar ik wil me graag nog meer verdiepen in de rol van Frankrijk en haar belangen. De Europese Unie is en blijft nog wel even een hot-topic. Met Emmanuel Macron als nieuwe president, gaat Frankrijk haar pro-Europa beleid net als Nederland voortzetten. Ik ben benieuwd wat deze nieuwe president voor de betrekkingen tussen Nederland en Frankrijk gaat betekenen. Om niet meteen te hard van stapel te lopen, is een vervolg op dit blog misschien wel een goed begin?

 

Marleen Plas

Marleen Plas

Marleen Plas is derdejaars studente Franse taal en Cultuur aan de Universiteit Utrecht. Ze vindt het erg leuk om intensief bezig te zijn met de Franse Taal en de rijke geschiedenis die deze taal kent. Ze heeft daarom het literatuur- en cultuurpakket gekozen binnen de opleiding in samenhang met de minor Internationale Betrekkingen. Naast haar studie is Marleen Secretaris van de studievereniging Cercle.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *