23 maart 2021

De Notre Dame, ramp en restauratie

Door Robert Guinée

Bijna 2 jaar geleden is het inmiddels dat de wereld in shock was bij het zien van het ongelooflijke: de Notre Dame die in brand stond. Ik heb dat zelf ook met afschuw gevolgd, want hoe bestaat het dat juist dát gebouw, dát symbool van Middeleeuwse bouwkunst dit lot ondergaat (zie ook mijn blog: Drama bij de Dame.)

Je kunt natuurlijk stellen dat het een ongeluk is, maar ik ben ervan overtuigd dat dit soort ongelukken zijn te voorkomen. En dat is echt geen hogere wetenschap… Een goed brandmeldsysteem is een eerste vereiste, mensen die weten hoe het werkt een tweede. Maar tijdens een restauratie is het toch vooral, alertheid op open vuur en op het gebruik van het “peukje”. 

Intussen doen allerlei geruchten de ronde over de oorzaak van de brand, alle te zoeken in een van de hierboven genoemde factoren, maar waarschijnlijk is het een combinatie geweest. Er zouden peuken gevonden zijn, een bewaker zou slecht geïnstrueerd geweest zijn. Persoonlijk vind ik het een schandaal dat er op deze restauratie niet een 24-uurs brandwacht, op de steiger, actief is geweest. 

Daar is echter wel een verklaring voor, want tot die rampzalige 15e april 2019 leefde de restauratie in Parijs of Frankrijk nauwelijks. Er was amper voldoende geld beschikbaar om het werk überhaupt uit te voeren. De meeste fondsen voor de restauratie werden geworven in…. de Verenigde Staten! Is er daardoor bezuinigd op de brandbeveiliging? 

Brandweerinzet en redding
Kijk je de beelden van de brand terug, You-Tube staat er vol mee, dan valt op dat er zo weinig geblust wordt. Tel je de stralen rond het gebouw dan zijn het er nog geen 10. Terwijl de Parijse brandweer toch echt meer dan 10 slangen ter beschikking zal hebben en de Seine langs de kathedraal ruim voldoende bluswater biedt. 

Is die beperkte inzet te verklaren? Jazeker! Die heeft mijns inziens alles te maken met het materiaal waaruit de kathedraal is opgebouwd: kalksteen. Een natuursteen, ontstaan uit schelpen die miljoenen jaren lang samengedrukt zijn tot steen. En ook: de basis voor kalkpoeder zoals gebruikt wordt in metselmortels. 

Als kalksteen in een oven heet wordt gestookt en daarna met veel water wordt besproeid, valt het uit elkaar tot poeder. En precies dat procedé had bij de Notre Dame ook kunnen gebeuren met de gewelven. Die gewelven zijn namelijk in verhouding niet dikker dan een eierschaal, in dit geval zo’n 15 tot 20 cm. 

Foto door: Robert Guinée

Als er meer en feller geblust zou zijn, dan waren de gewelven waarop de kap lag te branden vergruist, ingestort en vervolgens zou de hele kathedraal voor onze ogen zijn verkruimeld tot weinig meer dan een ruïne, met hooguit wat stompjes kolommen hier en daar. 

En nu? Nu staat er nog een kathedraal, zwaar beschadigd, maar het gebouw staat nog en kan gerestaureerd worden. Dankzij een uitgekiende aanpak bij het blussen. 

Restauratie
Direct na de brand werden spectaculaire plannen gepresenteerd voor de herbouw. Glazen daken, daktuinen met wandelpaden, een extravagante nieuwe spits et cetera. 

Uiteindelijk is vorig jaar besloten, zelfs bij wet(!), dat de kap gereconstrueerd wordt zoals hij was. De nodige eiken hiervoor worden al geveld, honderden in totaal. Die worden op een prachtige ambachtelijke wijze tot balken gehakt, ouderwets met diverse types bijlen. Zo zou de kathedraal in 2024 weer gereed moeten zijn. 

Eerlijk gezegd: dat zou een klein mirakel zijn. Een restauratie van deze omvang kán bijna niet in zo’n tijd uitgevoerd worden, ongeacht hoeveel geld en mankracht je eraan besteed. 

Want laten we niet vergeten, dat er voor de brand ook al een restauratie nodig was! En niet zo’n kleintje ook, want de kosten werden toen al geraamd op 150 miljoen euro! 

Foto door: Robert Guinée
Foto door: Robert Guinée

Als je goed keek naar het gebouw dan ontdekte je hoe slecht het er eigenlijk aan toe was: afgebroken onderdelen, spuwers die waren vervangen door een PVC pijp, “tijdelijk” voor een jaar of 30, een balustrade die evenzo tijdelijk was vervangen door een stuk triplex enzovoort. 

Om dat soort onderdelen te vernieuwen is een gespecialiseerd steenhouwer of beeldhouwer nodig, maar de dragende constructie moet eerst gerestaureerd worden. Dat is specialistische en tijdrovende arbeid, die nauwelijks te versnellen is. Vergelijkbare restauraties aan andere kathedralen hebben hun tijd ook nodig gehad. 

Ik durf best te geloven dat er in 2024 weer een kap op de kathedraal zal staan, maar de volledige restauratie afgerond? Nee, dat geloof ik gewoon niet.

Desondanks zal het een feest zijn om de kathedraal ooit weer in volle glorie te mogen aanschouwen… Maar in welk jaar? Ik waag mij niet aan een voorspelling, maar geloof niet dat dat dit decennium zal zijn.