4 mei 2021

“Oké… zo kan het ook?” – De Franse cultuur door de ogen van een Nederlandse

Door Pam Rootlieb
Photo by A.L. on Unsplash

In de zomer van 2017 stapte ik na een lange, benauwende reis, vermoeid de bus uit. Mijn eindbestemming: het Franse dorpje la Flèche. Hier zou ik een zomer als receptioniste gaan werken. Om mij heen zag ik een kasteel, omringd door een gracht en een fontein, en aan de zijkant een schattig restaurant. Ik werd hartelijk begroet door de campingeigenaresse en haar twee vriendinnen met twee dikke vette smakken op mijn beide wangen. ‘Oké… zo kan het ook?’ Ik installeerde me in mijn voorlopige huis: een kleine caravan. ‘Laat de zomer maar beginnen’, dacht ik.

De weken vlogen voorbij en ik begon me steeds meer te realiseren dat Fransen heel anders met elkaar omgaan dan Nederlanders. Niet alleen op de camping, maar ook in mijn Franse vriendengroep, waar ik inmiddels was opgenomen.

Dit realiseerde ik des te meer, toen ik mijn (huidige) Franse vriend ontmoette. Tijdens onze eerste date hield hij veel afstand tussen onze stoelen, bleef extreem beleefd en zodra ik iets dichterbij schoof, deed hij hetzelfde, maar dan de andere kant op. Hij raakte me ook niet aan, of gaf me geen complimenten. Heel anders dan de Nederlandse jongens met wie ik tot nu toe had gedate. Uiteindelijk ben ik boos weggelopen en heb ik niet meer gereageerd op zijn berichten, en hij had geen idee wat er fout was gegaan.

Een paar dagen later besloot ik in een sms hem uit te leggen wat er aan de hand was. Hij verontschuldigde zich en vroeg me hem een tweede kans te geven: koffie in Angers, de nabijgelegen stad waar ik vaak ging winkelen. Prima, dacht ik. De tweede date was perfect, we hebben de miscommunicatie uitgesproken en sindsdien zijn we onafscheidelijk. Hij legde uit dat Fransen altijd heel beleefd en afstandelijk zijn op de eerste date, dat is een teken van respect en interesse. We hebben een geweldige dag gehad, hij heeft me naar de camping gebracht en ik heb hem de caravan in gesmokkeld.


Meer van dit soort grappige situaties zijn ontstaan toen ik de buren van mijn vriend ontmoette, en mijn schoonfamilie. Een voorbeeld: de buurvrouw ging een weekje op vakantie, en wilde dat iemand haar planten water gaf. Een Nederlander zou zeggen ‘kun je alsjeblieft mijn planten water geven?’ maar nee, de Fransen moeten weer ingewikkeld doen. Ze zei ‘oh wat vreselijk, ik ga op vakantie en ik heb niemand om mijn planten water te geven. Wat moet ik nou doen?’.

Nee Pam, zo werkt het niet in Frankrijk

Mijn vriend bood natuurlijk aan om haar planten water te geven. Hij was nog amper klaar met praten en ze stond al klaar met een lijst instructies over welke plant hoeveel en hoe vaak water moest krijgen. Ik vond dit merkwaardig. Mijn vriend legde uit dat dat een beleefdheidsstrategie was. Als hij haar wilde helpen, zou hij reageren op haar voorstel, en anders zou hij niks zeggen, en dan was niemands trots beschadigd. ‘Maar je kunt toch gewoon beleefd weigeren?’ vroeg ik. ‘Nee Pam, zo gaat dat niet in Frankrijk’, antwoordde hij.


Of die keer toen ik bij zijn ouders ging eten… We kwamen binnen en ik wilde enthousiast onze vakantiefoto’s laten zien aan zijn moeder. Ze antwoordde ‘ja, leuk’. Goed toch? Dacht ik. En ik begon de foto’s te laten zien. Mijn vriend zei ‘Pam.. Leg die foto’s weg. Dat doen we later. We gaan eerst een wijntje drinken’. ‘MAAR ZE ZEI JA LEUK???’ ‘Ja Pam, dat was eigenlijk een nee, maar gehuld in beleefdheid’. Ik snapte het niet.


Hoewel ik volmondig kan zeggen dat ik van de Franse taal houd, van mijn Franse vrienden, schoonfamilie en vriend, toch moet ik toegeven dat ik nooit helemaal gewend ben geraakt aan de Franse beleefdheidsmaniertjes. Maar ik vind het heerlijk dat twee landen zo dichtbij elkaar liggen en toch zo totaal verschillend zijn: de mensen, het eten, de taal, de cultuur. Ieder land heeft zijn eigen karakter en dat vind ik mooi.


Inmiddels ben ik vier jaar samen met mijn vriend. Volgende week verhuis ik naar Angers en gaan we wonen in ons nieuwe appartement. Ben je een keer in de buurt, kom vooral langs!

Gros bisous,

Pam